Aanhalingstekens – niet, wel, en wie is die Elda?


Dit is een blogpost die ik in 2017 op mijn vorige blog heb geplaatst. Ik vond het tijd om de gehele post over te zetten naar deze website. Volg je mij al langer en komt dit je bekend voor – dat kan dus.


Hoe werkt dit! Vertwijfeld rukte ik boeken van de plank en bladerde erdoorheen. Enkele aanhalingstekens. Dubbele aanhalingstekens. Komma vóór het einde van het citaat, komma erna. Argh, ik houd wel gewoon dit boek aan.

Ah, de zoete herinnering aan mijn eerste stapjes richting de eeuwige verdoemenis (euh, roem, bedoel ik, eeuwige roem – lach niet!) van het schrijverschap. Ik schreef een verhaal en ik worstelde met de aanhalingstekens. Uiteindelijk heb ik een boek gekozen en ben ik gaan kijken hoe de boel in dat boek werkte. Dat heb ik overgenomen. Later kwam ik erachter dat er op genoeg plaatsen informatie over opgeschreven is. Maar ja. Toen ik begon met schrijven, had ik geen 24/7 beschikking over internet. En schrijfboeken? Ik wist niet eens dat die bestonden.

Wat is het? Waar hebben we het over?

Aanhalingstekens zijn die vervelende komma-achtige dingen op je toetsenbord die je gebruikt om aan te geven dat iemand letterlijk iets zegt. Voor wie nu vertwijfeld naar zijn toetsenbord staart: 

Dáár vind je die dingen.
Jan Renkema zegt in zijn Schrijfwijzer (pagina 486) het volgende:

Aanhalingstekens worden gebruikt voor de letterlijke weergave van geschreven of gesproken woorden, en om woorden met een speciale status te markeren.

Ik ga hier niet herhalen wat Renkema allemaal te zeggen heeft, want Renkema besteedt dik 9 pagina’s aan dit leesteken. Wil je dus écht grondige informatie – pak dan je Schrijfwijzer erbij. (En als je nu denkt: hoezo, mijn Schrijfwijzer? Ik heb dat boek niet – dan wordt het tijd dat je daar verandering in aanbrengt. Koop, bestudeer, leg onder je hoofdkussen.)

Henriëtte Houët houdt het korter in Grammatica Nederlands (pagina 237):

Aanhalingstekens staan rond een letterlijk geciteerde uitspraak.

Nu weten we dus wat het is.

Enkel of dubbel?

Op je toetsenbord zie je de mogelijkheid voor enkele aanhalingstekens, dat is dat eenzame kommaatje, of dubbele, waarbij twee van die kommaatjes gebroederlijk naast elkaar staan. Ik geef zelf de voorkeur aan enkele aanhalingstekens, om de doodsimpele reden dat ik dan niet bij iedere dialoogzin de SHIFT-toets hoef in te drukken (die je nodig hebt voor de dubbele aanhalingstekens). Als je enkele aanhalingstekens gebruikt, en je hebt een citaat in een citaat staan, dan gebruik je voor dat citaat in een citaat de dubbele aanhalingstekens. Dus zo: 

‘Maar hij zei “dat is blauw”, terwijl het duidelijk groen was.’

(Vergeef me dit slechte voorbeeld, het gaat om de aanhalingstekens.)
Of je nou voor ‘enkel’ als standaard kiest, of voor ‘dubbel’ – wees consequent! Dus gebruik de hele tekst door dezelfde aanhalingstekens. En ‘die andere’ bewaar je dus voor het citaat in een citaat.

Wanneer wel?

Nu je het aanhalingsteken kunt vinden (gefeliciteerd), gaan we eens kijken naar de functie ervan. Zoals ik eerder al zei: je gebruikt aanhalingstekens om weer te geven dat iemand letterlijk iets zegt. (Alvast een spoiler: dus NIET om weer te geven dat iemand iets denkt!) Dat gaat best vaak fout, dus knoop dit in je oren.
In de meeste (verhalende) teksten is het gebruikelijk om voor dialogen aanhalingstekens te gebruiken. Voor de gelukkigen onder ons die toevallig Joe Speedboot van Tommy Wieringa in de kast hebben staan; sla dat boek eens open. Wat zie je? Juist, streepjes in plaats van aanhalingstekens. Wat is onze taal toch heerlijk, hè.

Renkema geeft de volgende voorbeelden (pagina 488):

‘Wil je koffie?’ ‘Nee, liever wijn.’

– Wil je koffie?

– Nee, liever wijn.

We houden het er hier maar even op dat we ze wél gebruiken, omwille van de duidelijkheid. Dat is ook hoe je het in de meeste boeken tegenkomt. Maar als je de mogelijkheid met streepjes eens wilt onderzoeken, haal dan Joe Speedboot. Het is ook nog eens een mooi boek, dus dubbele winst.

Het is gebruikelijk om sprekerwisselingen onder elkaar te zetten en niet achter elkaar. In het voorbeeld hierboven zie je al dat het verwarrend (en rommelig) wordt als je citaten van 2 personen op 1 regel plaatst. Bovendien zal een uitgever daar niet vrolijk van worden. Dus onthoud: nieuwe spreker, nieuwe regel.
Omdat ik graag met voorbeelden strooi, hier een voorbeeld uit mijn roman Oragayn:

‘En hier moeten we die man vinden?’
‘Ik heb zijn adres,’ bromde William.
‘Wat doet hij hier?’
‘Zich schuilhouden, als je het mij vraagt.’
‘Voor wie? Voor de Garde?’
‘Je kunt je niet schuilhouden voor de Garde.’

uit: Oragayn

Wie is Elda?

Je komt wel eens de ‘elda-regel’ tegen. Elda staat voor: eerst leesteken, dan aanhalingsteken. In literaire teksten wordt dit meestal toegepast, ook als het leesteken niet bij het citaat hoort. Voor het geval je nu glazig naar je scherm staart, wees gerust, ik kom met een voorbeeld.

Jantje zegt: ‘Ik wil daar helemaal niet naartoe.’ 

Laten we die zin als voorbeeld nemen. Wat is hier ‘de zin’? De gehele zin loopt van ‘Jantje’ tot en met ‘naartoe’. Het citaat ‘Ik wil daar helemaal niet naartoe’ is dus onderdeel van die gehele zin. Normaliter geldt de elda-regel alleen als het citaat aan het einde van de zin staat (dus zoals hier het geval is). Nou ja, ‘normaliter’ – in de meeste fictie-boeken kom je de elda-regel ook op andere momenten tegen. Dat lijkt voor fervente lezers heel logisch, maar dat is het eigenlijk niet. Kijk hier eens naar:

‘Ik wil daar’, zegt Jantje, ‘helemaal niet naartoe.’ (1)

‘Ik wil daar,’ zegt Jantje, ‘helemaal niet naartoe.’ (2)

Zoals we weten, hoort er geen komma in de zin die Jantje uitspreekt. De komma hoort dus niet bij het citaat. En dan hoort de komma eigenlijk buiten het aanhalingsteken te staan! Dat zie je in zin 1. In zin 2 passen we de elda-regel toe zoals dat vaak in fictie-teksten gebeurt: ondanks dat de komma dus niet in het citaat hoort, zetten we haar toch vóór het aanhalingsteken.

Duizelt het je? Kijk dan eens hier: volgorde komma.

Ga de elda-regel nu niet te pas en te onpas toepassen. Je kunt namelijk ook een enkel woord tussen aanhalingstekens zetten, of een woordgroep, en zelfs als dat woord aan het eind van de zin staat, mag je de elda-regel niet toepassen. Een voorbeeld:

Hij vond dat ‘het einde’.

Daarbij pas je de elda-regel dus niet toe, want daar staat je leesteken (de punt) ná het aanhalingsteken.

Wanneer niet?

Als je aanhalingstekens gebruikt om gesproken tekst weer te geven, mag je het dan ook gebruiken voor gedachten? Nee. Maar als iemand in gedachten iets zegt? Nee. Nee, nee, nee.

Nee, dus.
Ik hoor het je al zeggen: Ja, maar hoe maak ik dan duidelijk dat het om gedachten gaat? Nou, wat dacht je van het feit dat het dus niet tussen aanhalingstekens staat? Dat maakt de lezer immers duidelijk dat het niet hardop wordt uitgesproken.
Nu moet ik toegeven dat ik zelf valsspeel. Daarom ga ik hier nog even op in. Stel, je hebt een hoofdpersoon die denkt: Verdorie, het is waar. Dan kun je dat zo weergeven:


Verdorie, dacht ze, het is waar.


Maar ik speel dan dus vals, en ik gebruik voor letterlijke gedachten altijd cursieve tekst. Nee, dat hoort niet. Ja, ik doe dat wel, want zelf vind ik het fijner. Ik ben dus eigenwijs. Maar dan krijg je dit:


Verdorie, dacht ze, het is waar.


Nu is dit een eenvoudig voorbeeld, want hierin wordt niets gezegd. En zo komen we op het voorbeeld van de situatie waarin iemand dénkt aan wat iemand anders kan zéggen:


Hij dacht aan zijn vader. Die zou hem zeggen dat hij zijn rotzooi op moest ruimen.


Ik heb hier even de tekst van ‘vader’ als een indirecte gedachte neergezet. Maar wat als de hoofdpersoon nu écht letterlijk denkt wat vader zou zeggen? Nou, dan krijg je zoiets:


Ruim je rotzooi op, zou zijn vader zeggen.

Of:

Ruim je rotzooi op, zei zijn vader altijd.

Geen aanhalingstekens, dus, want het wordt niet hardop uitgesproken.


Kijk eens hier, ik heb nog een voorbeeld gevonden, uit mijn manuscript Tirisa. De eerste die hier aan het woord is, Paelli, is bevelhebber van het tweede personage, Ynndalys. Kun je je voorstellen wat er zou gebeuren als Ynndalys zijn gedachte hardop zou uitspreken:


‘Dat is dan mooi,’ zei Paelli glimlachend, ‘dan begrijpen wij elkaar.’

Vals kreng, dacht Ynndalys.

Dat doen we dus maar niet! Je ziet, ik heb de gedachte weer cursief gezet. Dat hoeft niet (sterker nog, dat mag eigenlijk niet), maar dat is mijn voorkeur. Ga echter niet met aanhalingstekens goochelen, maar informeer jezelf en zorg ervoor dat je ze goed kunt toepassen.


Gebruikte bronnen:

  • Jan Renkema: Schrijfwijzer. Boom, Amsterdam, vijfde editie 2012. ISBN: 978 94 6105 696 2
  • Henriëtte Houët: Grammatica Nederlands. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum bv, Houten-Antwerpen, vijftiende druk 2010. ISBN: 978 90 274 9685 0
  • Website Taalunieversum: Taaladvies volgorde komma aanhalingsteken 
  • Ninja Paap-Luijten: Oragayn. PeruBo Publishing, 2019. ISBN: 9789492702159
  • Ninja Paap-Luijten, manuscript Tirisa (ongepubliceerd werk)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s