Schrijfprompt: Orakel

Bij het onderdeel “Schrijfprompt” laat ik me overal en nergens inspireren om een schrijfprompt te creëren, die ik vervolgens gebruik om er een kort verhaal van te schrijven. Meedoen? Gebruik de prompt en werk je eigen verhaal uit!

De prompt van deze keer: Het grote orakel is een stokoude, bier drinkende draak (niet groter dan een handtas)

Je leest dit verhaal het beste als pdf – dat kan hier: DOWNLOAD HET VERHAAL

Geen zin om te downloaden? Hieronder vind je het verhaal ook – maar enkele opmaakmogelijkheden (zoals inspringen) zijn lastig op deze website.

Schrijfprompt: Orakel

Dalani wreef een plooi uit haar blouse en voelde of de haarspelden nog goed in haar opgestoken haar zaten. Ze controleerde of haar vingernagels nog net zo schoon waren als vijf minuten geleden en keek naar beneden, waar de punten van haar muiltjes net onder haar lange, wijde broek uitkwamen. Ja. Zat allemaal nog goed, er was geen vlekje op gekomen.

Het was doodstil in het voorportaal. De ruimte was enorm, Dalani kon de overkant amper zien. Het plafond was zo’n tien meter hoog en alles, van de vloer tot de muren en het plafond, was gemaakt van een lichtgrijs gesteente. Op de vloer was een looppad gemaakt van twee uitgehakte gleuven waarin brandende olie voor de verlichting zorgde. Het likken van de vlammen was het enige wat Dalani kon horen, behalve haar eigen snelle ademhaling.

Kom op, je kan dit, dacht ze in zichzelf. Niet zo nerveus!

Net toen ze dat dacht, werd er achter haar op de gong geslagen. Het geluid galmde zo hard door het voorportaal dat ze een gilletje slaakte en een hand voor haar mond sloeg.

Helemaal aan de andere kant van de zaal gingen de grote deuren open. Een glinsterende gloed werd zichtbaar.

‘Dalani uit het dorp Olm, u kunt voortgaan en het orakel om raad vragen,’ klonk het donderend.

Hoewel Dalani precies wist hoe het versterkende geluid van de zaal werkte – ze hadden in Olm ook zo’n soort zaal, al was dat een kleinere – kromp ze toch in elkaar. Na enkele grote passen schoot het haar te binnen dat ze zich behoorlijk hoorde te gedragen, dus verkleinde ze haar stappen en schreed ze waardig verder. Ze hield haar hoofd geheven en haar handen over elkaar gevouwen op haar buik.

Met elke pas groeide haar nervositeit.

Halverwege de zaal kon ze eindelijk zien dat die glinsterende gloed werd veroorzaakt door vuurschalen en slim geplaatste holle spiegels.

Pas toen ze bijna bij de deuren was, kreeg ze door dat ze nog een eind verder zou moeten lopen. De orakelzaal was net zo groot als het voorportaal en de weg naar het orakel was opnieuw aangegeven met vuur; de vuurschalen die ze had gezien. Ze waren stuk voor stuk even groot als zijzelf en ze kon de hitte voelen als ze erlangs liep.

Zodra Dalani een voet over de drempel van de orakelzaal zette, gleden de massieve deuren naar het voorportaal achter haar dicht. Ze slikte. Haar handen waren klam geworden. Misselijk van angst en hoop schuifelde ze verder.

De vuurschalen eindigden bij een stenen verhoging waarop een grote, houten voerbak stond waar slobbergeluiden uit kwamen. Dalani bleef voor de verhoging staan en keek verward om zich heen. Zou hier het orakel niet moeten zijn?

Bij gebrek aan een beter idee spreidde Dalani haar armen, boog haar hoofd en zei, zoals haar was geleerd: ‘O, groot orakel, ik vraag u nederig om advies en wijze raad en zal alles doen wat u mij vraagt in ruil voor uw wijze woorden!’

Het geslobber hield op. De voerbak, die bijna een meter hoog was, wiebelde. Plotseling stak er een kop van een stokoude draak boven de rand van de bak uit. De draak was een vrouwtje, dat was duidelijk te zien aan de grote kam op haar kop. Haar baardharen waren spierwit en haar snuit was bleek van ouderdom, maar haar ogen brandden met een felle rode gloed. Ze likte over haar lippen. Met haar klauwen greep ze zich vast aan de rand van de voerbak, hees zich eroverheen en plofte op de verhoging. Ze kon nauwelijks groter zijn dan de zadeltas die Dalani aan haar paard had hangen. Haar lichaam glinsterde van vocht en schuim en ze liet vochtvegen achter op de verhoging.

‘Is er niet aan jou verteld dat ik de meesten opvreet?’ vroeg de kleine draak.

Dalani hief voorzichtig haar hoofd, maar rechtte haar rug niet helemaal. Er was niemand anders hier. Dat kleine, slobberende ding moest het orakel zijn. ‘Dat is mij verteld, orakel.’

‘Je vraagt niet waar het echte orakel is?’

Dalani boog haar hoofd. Ze zei niets.

De draak boerde. Een walm hete bierlucht gleed over Dalani heen.

‘Goed, kom maar op dan, jongmens,’ zei de draak verveeld. ‘Wat wil je weten? Wie je grote liefde wordt? Hoe je onder het juk van je moeder uitkomt? Zeg het maar.’

Dalani kuchte zachtjes. Die stinklucht die de draak opgeboerd had, hing nog om haar heen. ‘Mijn dorp, Olm, wordt elk jaar overspoeld door plunderaars uit Achterland. De keizer reageert niet op onze smeekbedes en we krijgen geen toestemming om te verhuizen. Tegelijkertijd moeten we wel onze belasting blijven betalen, maar er zijn steeds minder Olmers en er zijn ook steeds minder inkomsten. We weten niet meer wat we moeten doen, groot orakel. Olm heeft mij gestuurd omdat ik me tijdens het ritueel met mijn dood verzoende.’ Ze keek op, maar haar blik kwam niet hoger dan de poten van de draak. Die waren glanzend en scherp. ‘Als u mij wilt opeten, is dat mijn lot.’

De draak floot zachtjes. ‘Oooo, een écht probleem!’ zei ze opgetogen. Ze sprong op en prompt was ze dubbel zo groot. ‘Kijk mij eens aan, jongmens.’

Dalani keek op. De ogen van de draken stonden in brand en staarden terug. Langzaam liet Dalani haar handen zakken en plaatste ze over elkaar op haar buik. ‘Kunt u ons adviseren?’

De draak antwoordde niet. Ze sprong van de verhoging en in haar sprong werd ze nogmaals twee keer zo groot. Ineens was ze een indrukwekkende draak, groter dan een paard. De hitte golfde van haar af. Ze liep om Dalani heen en snuffelde aan haar. Ondertussen mompelde ze dingen die Dalani niet kon verstaan. Zodra ze haar rondje had gelopen, stak ze een klauw uit en tikte zachtjes tegen de spelden in Dalani’s haar. Ze waren gemaakt van hout en versierd met schilderingen van draken. ‘Traditionele orakelspelden,’ zei ze. ‘Hoe kom je hieraan?’

‘Die heb ik zelf gemaakt, orakel,’ zei Dalani. ‘Zoals het mij is geleerd.’

‘Is Olm een traditioneel dorp?’

‘Ik… ik denk het wel? Ik weet niet beter dan dat ons dorp is zoals het is.’

‘En de keizer weigert jullie te hulp te schieten?’

‘Dat weet ik niet,’ zei Dalani snel. ‘We hebben boodschappers gestuurd en er zijn berichten naar het hof gegaan, maar we horen niets terug.’

De draak groeide weer. Ze was nu zo hoog als een huis. Ze boog haar kop om Dalani aan te kunnen kijken en trok een lip van haar tanden. ‘Die vuile rotpriester,’ zei ze zacht. ‘Wat heb jij hem verteld, meisje? Hoe ben jij hier binnengekomen?’

Dalani kleurde rood. ‘Van het dorpshoofd moest ik zeggen dat ik het orakel wilde spreken om raad te vragen betreffende de liefde.’

‘Je hebt tegen de priesterschare gelogen?’

‘Nee, orakel. Ik voel liefde voor mijn dorp, voor mijn familie. Niemand vroeg mij over wie mijn liefde ging.’

De draak hief haar kop en barstte in lachen uit. Vervolgens kromp ze in een flits tot haar eerdere, kleine gestalte. ‘Weet je dorp dat je nooit meer zult terugkeren?’

Dalani sloeg haar blik neer. ‘Ja, orakel,’ antwoordde ze.

‘En waarom zit jij daar niet mee?’

‘Mijn verloofde is bij de vorige plundering vermoord, net als mijn moeder en mijn broertje. Ik moest toekijken. Mij deden ze niets.’

‘Dus je vindt het niet erg als ik je opvreet.’

‘Ik hoop slechts dat u Olm kunt adviseren.’

‘Nou, ik ga iets zeggen wat ik in twintig jaar niet meer heb gezegd.’

Dalani wachtte zwijgend af.

‘Ik honoreer je verzoek om hulp, Dalani. Zo heet je immers?’

Verschrikt hief Dalani haar hoofd. ‘J-ja…’

‘Ik vreet je niet op. Je zult wel één worden met mij. Heel even. Houd je van bier?’

‘Ik heb nog nooit bier op,’ antwoordde Dalani perplex. Eenworden? Wat bedoelde het orakel daarmee?

‘Ben je er klaar voor?’

‘Ik weet het niet.’

De draak grijnsde haar tanden bloot.

Er was een felle flits en de stank van brandend bier. Daarna niets meer.

Orakel Dalani bekeek zichzelf in een van de spiegelschalen die in de zaal stonden. Ze was jonger geworden door de eenwording met de diepgelovige, goedhartige Dalani.

Dalani was ouder geworden door de eenwording met de oude draak.

Ze haalde diep adem en pufte een rookwolk uit.

De deur achter in de zaal ging open. De hogepriester, de belangrijkste adviseur van de keizer, kwam naar binnen. Hij aarzelde toen hij zag dat het orakel groter was dan normaal en kleurrijker. Hij bleef staan toen hij de lege verhoging zag. De voerbak stond er nog. Verder niets.

‘Waar is het lichaam van de raadvrager?’ vroeg de priester.

‘In mij,’ zei Orakel Dalani. Ze haalde diep adem en blies een verzengende vuurstraal naar de hogepriester. Die ging in vlammen op. Het vuur was zo heet dat er alleen een hoopje as overbleef.

De draak schudde, beefde en trilde. Plotseling kwam er een jonge vrouw uit haar tevoorschijn, die doorzichtig en gloeiend van innerlijk licht bleef staan. Het orakel glimlachte en blies naar Dalani’s lichtgevende gestalte. Onmiddellijk werd Dalani weer van vlees en bloed. Een dieprood priestergewaad plooide zich over haar naakte lichaam. Haar lange haren werden opgestoken met spelden van drakenbot.

‘Er is een nieuwe priester nodig,’ zei het orakel. ‘Ga door die deur. Jij adviseert voortaan de keizer.’

‘Wat? Maar… maar u dan?’

‘Red je dorp. Geef mij…’ De draak smakte en haar ogen lichtten op. ‘Geitenmelk met honing?’

‘Maar dat drink ik graag…’

‘Ik weet het. Ik nu ook.’ De draak rilde en werd op slag weer klein. ‘Ik heb jaren gewacht op iemand zoals jij. De priester had me belazerd, ik zat aan hem vast. Je hebt me van hem verlost. Maar de prijs voor jou is hoog, je zult mij moeten dienen.’

‘Is het dat of andersom?’ vroeg Dalani. ‘Of u dient de vrager of de vrager dient u?’

‘Exact.’

‘Hoe… heeft hij dat gedaan? Die priester?’ Dalani wees naar het hoopje as. ‘Hoe kon hij u belazeren?’

‘Hij haalde de keizer over om goudstof door mijn eten te mengen. Dat maakt mij kwetsbaar. Toen ik dat had gegeten, dwong hij me tot eenwording en daarna moest ik hem dienen.’

‘U hebt hem verbrand.’

‘Dat kon ik omdat jouw kracht groter was dan die van hem.’

‘Mijn kracht?’

‘Liefde voor een dorp is sterker dan een verlangen naar macht. Je zult een goede priester zijn. Hij was een slechte en hield dat in stand door alleen belachelijke orakelverzoeken door te laten en me vervolgens te verplichten de vragers te doden. Ik verwacht van jou dat je me echte problemen laat overpeinzen. Ga nu. Ik moet uitrusten. Jij moet je dorp redden. Zeg tegen de keizer exact wat er is gebeurd. Hij zal het begrijpen.’

Dalani boog en liep naar de achterdeur van de orakelzaal. Onderweg waaierde ze met een punt van haar gloednieuwe gewaad de as uiteen van de vorige priester. Achter haar slobberde de draak even aan het bier in de voerbak, maar mopperde vervolgens dat het haar niet meer smaakte. Dalani liep snel verder. Dit was heel anders gegaan dan ze had verwacht – maar haar dorp zou gered worden. En dat had ze te danken aan een kleine draak die tot vandaag graag bier dronk, maar nu liever geitenmelk met honing wilde.

Bij de deur bleef Dalani staan. Ze aarzelde, maar draaide zich toen toch om. ‘Orakel?’

‘Hm?’ De kleine draak had zich opgekruld op de verhoging en zag er slaperig uit. ‘Wat is er?’

‘Hoe groot kunt u worden?’

‘Zo groot als deze zaal, als ik dat wil.’

‘Waarom blijft u dan hier?’

‘Ik ben gebonden aan de keizer. Als ik vrij zou zijn, zou ik mijn verstand kwijtraken en alles in de as leggen wat ik zag.’

‘Echt?’

‘Ja.’ De draak stak haar kop onder haar lichaam. ‘Ga nu. Genoeg gekletst.’

Dalani ging.