Hoe schrijf je de perfecte eerste zin? Hoe begin je een verhaal? Vaak blijven schrijvers daarop hangen: ze willen dat het begin meteen stáát. Maar verwachten dat de eerste versie van je verhaal er keurig uitziet, is ongeveer hetzelfde als verwachten dat je droog blijft als je in het zwembad springt. Daar kun je op hopen, maar ik geef het weinig kans.
In deze blogpost geef ik je enkele tips hoe je om kunt gaan met de twijfel die onherroepelijk toeslaat tijdens het schrijven van die welbekende eerste versie.
De eerste zin wordt overschat
Er zijn talloze artikel en posts te vinden over het schrijven van de perfecte eerste zin. Toegegeven, er zijn lezers die een boek openen, de eerste zin lezen en alleen daarvan af laten hangen of ze verder zullen lezen of niet… maar doe jij dat ook?
De eerste zin die jij in je eerste versie op papier zet, hoeft niet perfect te zijn. Blijf dus niet hangen op het begin, maar schrijf eerst eens verder.
Vergeet niet:
- De tweede, derde en vierde zin (etc.) zijn ook belangrijk
- Je kunt het altijd nog aanpassen
- Sterker nog: je kunt je eerste zin ook als laatste schrijven!
Kortom: overschat die eerste zin niet. Het komt echt wel goed. En als die eerste zin van jouw verhaal niet helemaal perfect is? Dan is de tweede vast beter.
Schrijf je eerste versie ZELF
Het kan verleidelijk zijn om een idee aan AI te voeren, enkele seconden te wachten en de eerste versie te lezen die vervolgens over je scherm rolt. Die aanpak heeft meerdere nadelen:
- Als jij je eerste versie niet zelf schrijft, weet je ook niet of dit is wat je zelf zou hebben bedacht zonder hulp. Je weet dus niet wat van jou is… en wat niet.
- Ben je beginnend auteur, dan is het erg lastig om te bepalen wat wel werkt en wat niet. Door juist het leerproces waarbij je dat ontdekt (de eerste versie(s) schrijven) uit handen te geven, sla je een belangrijke stap over. Daardoor wordt het erg lastig om dat te leren en toe te kunnen passen.
- Als jij je eerste versie niet zelf schrijft, zal de schrijfstijl van de tekst ook niet zomaar jouw schrijfstijl zijn.
Soms kan het ploeteren zijn om die eerste versie op papier te krijgen. Juist in dat ploeteren zit een belangrijk deel van het schrijfproces, dus blijf dat vooral doen!

Schrijf zonder advies te vragen
De allereerste versie schrijf je het liefste voor jezelf. Je gaat er zelf sowieso nog een keer kritisch naar kijken. Als je in dit stadium – dus voordat je zélf een tweede keer ernaar hebt gekeken – aan anderen vraagt wat die ervan vinden, komt die kritiek bovenop het commentaar van je eigen kritische zelf. Dat is bijna altijd een goed recept om je tekst té kritisch te gaan bekijken. Een beetje zoals je een pannenkoek wilt beoordelen door het beslag te proeven. Het is lastig om daar poedersuiker op te strooien en het op te eten. Maak dus eerst die pannenkoek. Schrijf eerst je eerste versie af.
Een manier om te voorkomen – als jij die neiging hebt – om al in een (te) vroeg stadium advies van anderen te vragen, is om je eerste versie met de hand te schrijven.
Fouten maken mag
In een eerste versie kun je alles tegenkomen: tikfouten, personages die op pagina 1 een andere kleur ogen hebben dan op pagina 39, een zon die twee of drie keer op dezelfde dag opkomt of een motivatie die gedurende het verhaal finaal de plank misslaat. Voor de eerste versie is dat helemaal niet erg! Je kunt alles nog aanpassen. Bovendien: pas als je zíét dat je verhaal iets anders nodig heeft, weet je soms echt zeker dat je het anders moet doen. Soms is het zelfs nodig om het eerst “verkeerd” te doen voordat je weet hoe het dan wél moet.
Daarnaast is het stukken makkelijker om een tekst met een blunder te verbeteren, dan om een blanco pagina te corrigeren. Dat laatste… dat kan dus niet. Dus maak die fouten, blunder erop los en wees niet bang om dat te doen. Je leert er alleen maar van!
Vergelijk jouw eerste versie niet met een gepubliceerd boek
Het heeft geen enkele zin om jouw eerste versie te lezen, vervolgens de nieuwste literaire hit te pakken, met een zucht in een stoel te ploffen en te zeggen: “Ik zal nooit zo goed kunnen schrijven.”
Daarbij vergeet je namelijk dat het gepubliceerde boek dat je daar in je hand hebt, misschien wel versie 100 is.
Het kan heel handig zijn om kritisch naar je eigen werk te kijken, maar het is niet zinnig om een volledig afgerond product (een gepubliceerd boek) te vergelijken met iets wat nog in een vroeg stadium zit (jouw eerste versie). Natuurlijk kun je ernaar streven om ooit net zo goed te zijn als die ene auteur! Mijn advies is slechts om je eerste versie niet te hard aan te pakken en geen scheve vergelijkingen te trekken.
Dus… hoe begin je?
Begin bij het stuk te schrijven dat je graag wilt schrijven. Dat mag net zo knullig en vol gaten zijn als het maar kan. Het belangrijkste is dat je bezig bent en iets maakt wat je altijd nog kunt aanpassen – want het is pas je eerste versie!
