Zit je als auteur nou echt elke dag te typen of valt dat wel mee? En hoe gaat dat in de vakantie? Of is het, als je auteur bent, net alsof je een eeuwigdurende vakantie hebt? In deze blog vertel ik meer over mijn schrijftijd.
Uren, dagen, maanden… jaren?
Laten we eerst even heel praktisch kijken. Als er ongeveer 225 werkdagen (na aftrek van vakantiedagen en feestdagen) in een jaar zitten en je schrijft elke werkdag 500 woorden, dan heb je na 1 jaar 112.500 woorden geschreven. Je hoeft dus niet veel te schrijven om een boek in een jaar te schrijven (want dat is een behoorlijk boek).
Uit puur praktisch oogpunt en met dit in mijn achterhoofd heb ik mezelf ooit één regel opgelegd: schrijf minimaal 500 woorden per werkdag. Meestal ga ik daar ruim overheen. Er zijn ook dagen dat het helemaal niet lukt of dat ik de dag begin met het schrappen van 10.000 woorden, maar dat geeft niet. Die ene regel geeft mij genoeg houvast om vooruit te komen.
Als ik lekker bezig ben, schrijf ik elke dag, ongeacht of het een werkdag is of niet. En dat doe ik nu al meer dan 20 jaar, met wat ups en downs waar ik het zo over ga hebben. Voor wie zelf niet schrijft en een idee wil hebben: 500 woorden is over het algemeen net iets meer dan 1 A4. Maar met het schrijven alleen ben je er nog niet…
De extremen: heel veel… of heel weinig
Een paar jaar geleden kwam ik in een burn-out terecht en gebeurde er iets wat ik nog nooit had meegemaakt: ik kon niet meer schrijven. Er kwam helemaal niks uit mijn vingers en het schrijven van nieuw materiaal stond dan ook op standje ijskast. Nul woorden per dag. Maandenlang. Het leek minder extreem voor anderen dan ik het meemaakte, want ik kon nog wel stukjes op mijn blog schrijven, af en toe, en ik kon ook heel rustig aan wat werk redigeren en zo. Maar verder? Vergeet het maar.
Daar tegenover staan periodes dat mijn schrijversbrein totaal de andere kant uit schiet en ik iets doe wat ik maar heel smerig noem: een boek uitkotsen. Het is me in die 20+ jaar tijd al vaker dan eens overkomen dat ik in ongeveer een maand tijd ongeveer 100.000 woorden schrijf. Dat klinkt heerlijk en aan de ene kant is het dat ook, maar aan de andere kant zijn dat periodes waarin mijn hersenen overuren maken en niets anders lijken te willen dan woorden ophoesten, zinnen breien en hoofdstukken stampen. Het móét eruit. Net als bij braken. Eet smakelijk.
Hoe vang je het ene extreme op en hoe het andere? Nou, als je dus best veel schrijft (en dat doe ik) dan heb je altijd wel wat reserves. Tijdens mijn burn-out kon ik dus blijven publiceren, want er lag nog wel wat. En als ik extreem de andere kant uit schiet, weet ik me lang genoeg uit mijn verhaalwereld te trekken om ook nog af en toe schone sokken aan te trekken of een boterham te eten. Enige flexibiliteit is in beide situaties wel noodzakelijk.
Klinkt simpel! Is het dat ook?
Wil je een boek per jaar schrijven, dan hoef je helemaal niet extreem veel te typen (zie het rekenvoorbeeld waarmee ik ben begonnen). Maar… met schrijven alleen kom je er niet. Je maakt ook dagen mee dat je een heel stuk schrapt of dat het met hangen en wurgen lukt om net die 500 woorden aan te tikken. Na urenlang geploeter. En dan hebben we het nog niet over de rest… want bij schrijven komt meer kijken dan je toetsenbord mishandelen.
Schrijven is, behalve die eerste versie neerpennen, ook:
- Herschrijven: als een scène niet goed loopt, kun je die soms opnieuw schrijven
- Redigeren: het verbeteren van een tekst zonder het hele stuk opnieuw te doen
- Doorlezen: het lezen van je eerder geschreven stuk valt ook onder schrijftijd
- Marketing: je uitgegeven boeken moeten ook worden aangeprezen
- Verkoop: verkochte boeken signeren, inpakken en naar de post brengen
- Corrigeren: teksten die BIJNA klaar zijn… maar nog niet helemaal, die moeten nog een keer worden nagekeken.
- … en dan vergeet ik vast nog het een en ander.
Er zwerven talloze tips rond over schrijven. Ik kán vrij veel schrijven (en alle andere randzaken ook nog ernaast doen) omdat het mijn fulltime baan is. Ik ben auteur, ik heb geen andere baan erbij, het is geen hobby meer voor me. Voor mij is het dus heel goed mogelijk om vaak en veel te schrijven, maar hoeveel tijd en aandacht er naar een verhaal gaat, dat is voor elke auteur anders.
Ik heb geen vast schrijfmoment en mijn werkruimte is mijn woonkamer (of mijn tuin). Behalve die ene, nogal soepele regel heb ik ook geen vaste hoeveelheid tijd of woorden die ik elke keer geschreven wil hebben. Ik ben dus aan de ene kant enorm flexibel (wat nodig is, voor het geval mijn brein weer in overdrive schiet) maar aan de andere kant is er één stabiele factor: ik schrijf. De enige uitzondering ooit waarbij dat niet het geval was, zat ik in een burn-out.
Vakantie?
Soms zijn vrije dagen voor mij een kwelling, zeker als ik midden in een manuscript zit dat nou net lekker liep. Maar ja… als het goed gaat, zit ik bijna altijd wel in een manuscript dat lekker loopt!
Als ik écht een vrije dag heb, schrijf ik niet. Komt dat vaak voor? Dat mag je zelf invullen…
