In de serie “scène uitgelegd” nemen we steeds een ander fragment uit een van mijn boeken onder de loep. Wat gebeurt er? Wat kun je uit de tekst halen? Waarom heb ik dat zo opgeschreven?
Deze keer een fragment uit Fyria – om specifieker te zijn, uit het verhaal Marrah, dat nog vóór Fyria in het boek is opgenomen (en dat is bij het e-book en bij de paperback zo). Dit fragment vind je in het hoofdstuk Speculaties en ontdekkingen in Marrah.
‘Kolonel! Kolonel, wakker worden!’
De stem en het bijbehorende geklop op zijn kamerdeur wekten William uit een diepe slaap. Hij keek op, net op tijd om te zien dat de bezoeker de deur al opendeed en naar binnen kwam.
Jessar struikelde bijna over Williams voeten. Verbouwereerd bleef hij staan. ‘Slaap jij altijd op de grond?’
‘Het bed is te klein.’ Losjes sloeg hij het onderste laken om zijn lichaam en ging staan. De kou trok in zijn onbedekte bovenlichaam.
Jessar hield een lamp vast. Het was donker in de kamer. Zijn blik gleed over Williams bovenlichaam.
‘Opperwachtmeester, waarom maak je me wakker?’ vroeg William, toen hij doorkreeg dat Jessar was afgeleid.
‘Euh… ja.’ Jessar gebaarde naar de schrijftafel waarop William zijn uniform had neergelegd. ‘Kleed je aan. Goed nieuws. Voor ons. Niet voor Zwahr.’
‘Wat voor nieuws?’
‘We hebben de koper te pakken. Ze brengen ’m hierheen. Hij zou hier voor zonsopgang moeten zijn.’
‘De koper?’ herhaalde William, terwijl hij zijn laken liet vallen en zijn broek van de stapel pakte. ‘Hoe… wie?’
Jessar plaatste de lamp op de grond en draaide zich abrupt om. ‘Ik wacht wel op de gang.’
Dit keer was het Williams beurt om verbouwereerd te zijn. Met een voet in zijn broekspijp bleef hij korte tijd staan, starend naar de deur die Jessar achter zich dicht had getrokken. Hij had geen idee wat er zojuist was gebeurd.
Kolonel William werkt samen met opperwachtmeester Jessar aan een zaak. William heeft een slaapplaats aangeboden gekregen, maar hij is op dat moment in Mijnlanden en het overgrote deel van de Mijnlandse populatie bestaat uit dwergen. Als hij dan in bed wil duiken, komt William erachter dat dat niet gaat passen; met zijn 2m10 (ongeveer) is hij stomweg veel te lang om in het ledikant te passen. Pragmatisch als hij is, gaat hij dan maar op de grond liggen. Zo treft Jessar hem dan ook aan en daardoor struikelt Jessar bijna over William, want de opperwachtmeester rekent er natuurlijk niet op dat William op de grond ligt.
Het blijft niet bij die struikelpartij. Terwijl Jessar heel kort en krachtig doorgeeft wat het laatste nieuws is, kan hij zijn blik maar niet van William houden. Die staat nou eenmaal halfnaakt voor zijn neus. William, die niet echt doorheeft wat Jessar nou afleidt, maakt het nog een tikkeltje erger door het laken te laten vallen dat hij in eerste instantie om zijn middel geslagen hield. Gevolg: Jessar weet helemaal niet meer waar hij moet kijken en vlucht de kamer uit.
Jessar vertelt niet wat er aan de hand is, William kan er alleen maar naar raden, maar William heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Het ontgaat hem dan ook volkomen dat Jessar hem wel aantrekkelijk vindt. Dat was eigenlijk al zo, maar nu is Jessar er ook achter hoe William er ónder zijn uniform uitziet en dat bevalt blijkbaar prima… Er is echter een zaak op te lossen en William is overduidelijk alleen daarmee bezig. Jessar zegt dus niets. En dat zal voorlopig ook zo blijven.
Meer weten over Fyria? Kijk dan eens hier: De Koninklijke Garde
Overigens kun je Marrah ook als los e-book gratis downloaden bij Kobo!

(Illustrator: Sylvia Strijk)
