Schrijfprompt: Zielsverwant

Bij het onderdeel “Schrijfprompt” laat ik me overal en nergens inspireren om een schrijfprompt te creëren, die ik vervolgens gebruik om er een kort verhaal van te schrijven. Meedoen? Gebruik de prompt en werk je eigen verhaal uit!

De prompt van deze keer: Je hoofdpersoon ontmoet zijn/haar zielsverwant en is daar absoluut niet blij mee.

Je leest dit verhaal het beste als pdf – dat kan hier: DOWNLOAD HET VERHAAL

Geen zin om te downloaden? Hieronder vind je het verhaal ook – maar enkele opmaakmogelijkheden (zoals inspringen) zijn lastig op deze website.

Schrijfprompt: Zielsverwant

‘Wat, hij? Nee!’ Edara kon haar afschuw niet verbergen. Ze staarde naar de man tegenover haar, die in alle opzichten haar tegenpool was: dikkig waar zij slank was, donker haar tegenover haar blonde lokken, een enorme neus terwijl zij een klein wipneusje had, een grote grijns terwijl zij wel kon janken.

De priesteres duwde Edara naar voren. Edara was haar graag naar de keel gevlogen, maar die priesteres was toevallig ook haar moeder. ‘Carno zit op exact hetzelfde spirituele niveau als jij, lieverd.’

Edara voelde zichzelf rood kleuren. Dat moest ontzettend vloeken bij haar lange, beige jurk. Ze veegde haar klammige handen af aan de dunne stof en perste er een glimlach uit.

Carno kreeg een por van zijn vader, een priester. Daarop kwam hij een stapje dichterbij.

‘Ik vind het ook moeilijk,’ zei Carno, die een vervaarlijke twinkeling in zijn donkere ogen had die alleen door Edara werd opgemerkt. ‘Maar als we spirituele zielsverwanten zijn, is het logisch dat we ons allebei zo voelen, toch?’

Verdomd als het niet waar was. Edara staarde hem aan. Ze kon nog net voorkomen dat haar mond openviel. Die rotzak had haar…

Niets zeggen, sprak een stem in haar gedachten. De glimlach van Carno werd een grimas. Als je dat wel doet, maken ze ons allebei af.

Edara maakte een keurige buiging, zodat niemand zag hoe ze haar tranen van woede inslikte. ‘Je hebt gelijk. Het is natuurlijk een eer om mijn ware zielsverwant eindelijk te ontmoeten…’

‘Mooi!’ Edara’s moeder klapte in haar handen en draaide zich naar de priester. ‘Zullen we ze dan nu alleen laten?’

De priester vond dat een goed idee. Hij keek Carno uit de hoogte aan, zijn bovenlip opgetrokken. ‘Ik verwacht straks jullie plannen voor de verwantschap.’ Zijn ijzige blik gleed verder naar Edara. ‘Eer je moeder met een goede keuze voor jou en je zielsverwant, jongedame.’

‘Natuurlijk, mijnheer,’ zei Edara.

De priester en de priesteres schreden de kamer uit, zodat de twee jongvolwassenen alleen achterbleven.

Edara was die dag achttien jaar geworden, Carno was net een paar maanden negentien. Oud al, volgens maatstaven van het zielsverwantschap. Ze wachtten allebei totdat het geluid van voetstappen op de koude gang was verdwenen. De kamer waarin ze stonden, was een tempelruimte: er lagen overal kussens op de vloer, bij het raam stond een rond tafeltje waarop wierook brandde, aan de muren hingen lichtgele gordijnen met het teken van de Zielegeest, een wervelende kolom, er in het paars op geborduurd.

‘Wees niet boos,’ zei Carno. ‘Ik denk dat we echt zielsverwanten zijn.’ Maar dan meer omdat we elkaars gedachten kunnen lezen dan om wat anders, voegde hij er in gedachten aan toe.

Edara lachte humorloos. Vervolgens beet ze hem toe: ‘Je wist dat ik…’ de antwoorden in gedachten las en hebt mij bewust jouw gedachten toegestuurd! Wat wil je? Haar eigen gedachten tuimelden over elkaar heen. Zielsverwanten werden geacht te trouwen. Wilde hij op deze manier haar lichaam opeisen?

Carno kwam dichterbij. Ik zal nooit iets doen wat jij niet wilt. Ondanks zijn uiterlijk, dat Edara ver vond afwijken van wat zij normaal knap en bekoorlijk vond, moest ze toegeven dat hij ontzettend lekker rook – wat voor zeep hij ook gebruikte, het was iets aangenaams. Bovendien kon ze die twinkeling in zijn ogen wel waarderen. De meesten hier in het Heilige Complex verloren elke schittering in hun ogen binnen een paar maanden na hun arriveren.

‘Ik wil hier weg,’ fluisterde Carno dringend. ‘En jij volgens mij ook.’

‘Weg?’ Aan die mogelijkheid had ze geen moment gedacht en daar hoefde Carno haar gedachten niet voor te lezen om dat aan haar te zien. Haar enige mogelijkheid om hier ooit weg te komen, was als ze met een echtgenoot kon vertrekken… Ze zette grote ogen op. Ik dacht dat ik gedoemd was om tempelmoeder te worden! Wat ben je van plan? Heb je een idee? Zeg op! Ze kon haar eigen gedachten bijna niet bijhouden.

Carno glimlachte. Als hij dat deed, verschenen er kuiltjes in zijn wangen. ‘Volgelinge Edara,’ zei hij bloedserieus, wat helemaal niet bij zijn ondeugende gezichtsuitdrukking paste, ‘we zijn elkaars redding.’

Enkele minuten later kwamen de priester en de priesteres de kamer weer in. De twee jongvolwassenen, allebei gekleed in een beige gewaad, bleven naast elkaar tegenover het priesterlijke tweetal staan.

De priester keek neer op zijn zoon. Daarna keek hij neer op Edara. ‘Zijn jullie tot een overeenkomst gekomen?’

‘Ja, mijnheer,’ spraken de twee in koor.

De priesteres glimlachte breed. ‘Laat het horen!’

Carno nam het woord. ‘Wij zullen als man en vrouw door het leven gaan. Wij verkiezen de weg van de Eerste Eenvoud.’

Edara vulde hem aan, met haar liefste en meest gedweeë stem, inwendig grinnikend om de pure ontsteltenis die bij haar moeder op het gezicht was verschenen: ‘We willen de route bewandelen die pelgrims bewandelen, opdat we beter begrijpen wat zij doormaken.’

De priesteres kreeg tranen in haar ogen.

De priester balde zijn handen tot vuisten.

Edara koos er bewust voor om hun gedachten niet te lezen, maar dat was ook niet nodig; haar moeder was geschokt dat haar prachtige dochter nu niet hier bleef om onder haar toezicht kinderen te baren en de vader van Carno zou zijn zoon het liefst bewusteloos slaan voor deze ontsnappingspoging – maar iets hield hem tegen. En dat iets was een man die bij de deur had gewacht.

Alles was gehoord door de hogepriester, die had gehoord van de verwantschap en zelf kwam luisteren naar de beslissing. De stokoude hogepriester wachtte tot iedereen in de kamer voor hem boog en zei toen: ‘Een uitstekende keuze. Eervol en nederig. Ga. Zoals jullie zijn, dit pad vereist dat jullie niets meenemen.’

Tot haar stomme verbazing hoorde Edara in gedachten: Loop snel en kijk niet om, jullie twee. Deze tempel is geen plek voor gedachtenlezers. Ga!

Het tweetal greep elkaars hand en samen haastten ze zich de kamer uit, de gangen door, het tempelcomplex uit. Het laatste stuk renden ze.

Hogepriester Jade! schreeuwde Carno in gedachten.

Dat wist ik ook niet!

Ik snap nu van wie ik mijn antwoorden kreeg bij het examen…

Edara lachte hardop. Ze renden harder; hun gezamenlijke vrijheid tegemoet.